| ‘Man moet zich hard maken tegen genitale verminking’ | ![]() |
||||
“Als gevolg van de genitale verminking kampt eenderde van de vrouwen met angst en depressie; een zesde heeft posttraumatische problemen en tweederde ervaart naast lichamelijke problemen klachten als lusteloosheid, boosheid, machteloosheid”, aldus M. van Berkum, directeur van Pharos. Met 66 vrouwen uit Somalië, Eritrea, Soedan, Ethiopië en Sierra Leone werden diepte-interviews gehouden. Het kenniscentrum voor vluchtelingen en nieuwkomers maakte zaterdag het rapport openbaar tijdens de internationale dag Zero Tolerance tegen vrouwelijke genitale verminking. In ons land werd deze dag georganiseerd door Platform 6/2, een samenwerkingsverband van (vluchtelingen)organisaties. Ongeveer 56.000 meisjes en vrouwen lopen hier risico op genitale verminking, of zijn reeds besneden. Van hen zijn 25.000 meisjes onder de 20 jaar. Verondersteld wordt dat zo’n vijftig meisjes en vrouwen jaarlijks daadwerkelijk aan het ritueel worden blootgesteld. De ingreep waarbij (gedeeltelijk) schaamlippen en soms ook de clitoris worden weggesneden, is bij wet verboden. De ommekeer echter moet uit de gemeenschappen zelf komen, zeggen deskundigen. “Maar daar horen we nog nauwelijks protest van de mannen, en dat is van cruciaal belang. Tegen vrouwen wordt gezegd: niemand trouwt je als je niet besneden bent. Dus moeten mannen duidelijk hun wens kenbaar maken en zeggen: ik wil een vrouw die niet verminkt is”, aldus Zahra Naleie, projectleider bij de Federatie Somalische Associaties Nederland (FSAN). Daarnaast blijven ook religieuze leiders achter met een harde veroordeling van het gebruik: “Ze blijven er vaag over doen”, zegt Naleie. Terwijl ook zij een doorslaggevende rol hebben, net als vaders. “Wij hebben een patriarchale cultuur: vader is het hoofd van de familie. Als hij zegt dat zijn dochter niet besneden mag worden, heeft moeder niets te zeggen.” Een van de mannen die wel hard vecht tegen vrouwenbesnijdenis, is James Owie van Foundation Africa Life. De Nigeriaan spreekt voor vele mannen tijdens bijeenkomsten van Afrikanen. “Wat mij verbaast en schokt is dat goed opgeleide mannen vaak nog voor de ingreep zijn. Je zou denken dat alleen ongeschoolde mannen er nog zo over denken.” Op de vraag waarom dat is, zegt hij zonder aarzelen: “Veel Afrikaanse mannen hangen erg aan hun moeder. Wat zij zegt, doen ze.” Toch ziet hij wel een positieve verandering in de afgelopen jaren. “Als ik vroeger mensen bezocht, zeiden ze: wat zeur je nou, we hebben wel belangrijker problemen, zoals geen werk en geen geld. Nu staan ze meer open voor een gesprek.”
|
|||||